Hoeveel bar perslucht heeft u nodig?

De vraag hoeveel bar perslucht een installatie nodig heeft, wordt in de praktijk zelden berekend en meestal geraden. De compressor staat op 8 bar omdat hij daar al jaren op staat, en niemand durft eraan te komen. Toch is dit een van de weinige knoppen in een persluchtinstallatie waaraan u kunt draaien zonder iets te vervangen – en waar direct geld achter zit.

In deze gids leest u wat het korte antwoord is, waarom elke extra bar u geld kost, hoe u uw werkelijke behoefte bepaalt en waarom u eerst iets anders moet doen voordat u de druk verhoogt.

Hoeveel bar perslucht: het korte antwoord is meestal 6 bar

De meeste pneumatische componenten – cilinders, ventielen, grijpers, ventieleilanden – zijn ontworpen voor een werkdruk rond 6 bar. Dat is de druk waarop de opgegeven krachten en snelheden in de catalogus gelden. Handgereedschap op perslucht vraagt vaak eveneens 6 tot 6,3 bar aan het gereedschap zelf.

Een compressor die op 7 of 8 bar staat, levert die extra bar dus niet omdat de machine hem nodig heeft, maar om het drukverlies onderweg te compenseren. Dat is een legitieme reden – alleen is het beter om dat verlies op te lossen dan het te overschreeuwen.

Waarom elke extra bar geld kost

Perslucht is de duurste energievorm in de meeste bedrijven: van de elektriciteit die er in de compressor in gaat, komt maar een fractie als bruikbaar werk terug. Verhoogt u de systeemdruk, dan verhoogt u dat verbruik langs twee wegen tegelijk.

De eerste is de compressor zelf: die moet meer arbeid leveren om dezelfde hoeveelheid lucht naar een hogere druk te brengen. Als vuistregel uit persluchtaudits wordt daarvoor grofweg 6 tot 8% extra energie per extra bar aangehouden. Het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap rekent perslucht om die reden tot de posten met het grootste besparingspotentieel in de industrie.

De tweede weg wordt vaker vergeten en is meestal groter: alle lekken gaan harder lekken. Een lek is een opening, en door een opening stroomt meer lucht naarmate de druk erachter hoger is. In een installatie waar 20 tot 30% van de geproduceerde lucht ongemerkt weglekt – en dat is geen uitzondering – betaalt u die extra bar dus dubbel: een keer aan de compressor en een keer aan de gaatjes.

Systeemdruk Wat dat in de praktijk betekent
6 bar Referentiedruk waarop de meeste componenten hun cataloguswaarden halen
7 bar Gangbaar als marge voor drukverlies; kost energie en laat lekken harder lopen
8 bar en hoger Zelden nodig voor de machines zelf; meestal een symptoom van drukverlies of van lekken

Zo bepaalt u hoeveel bar perslucht u werkelijk nodig hebt

Wie wil weten hoeveel bar perslucht er echt nodig is, gaat niet uit van de compressor maar van de verbruiker die het meest vraagt. Werk in drie stappen.

Stap 1 – zoek uw zwaarste verbruiker. Loop de machines af en noteer per machine de vereiste werkdruk van het typeplaatje of het handboek. Bijna altijd blijkt een enkele toepassing de druk voor het hele gebouw te bepalen.

Stap 2 – meet ter plaatse, niet in de compressorruimte. Zet een manometer op het punt waar de lucht de machine in gaat, terwijl die machine draait. Het verschil tussen die waarde en de druk op de compressor is uw drukverlies.

Stap 3 – los het verschil op waar het ontstaat. Is het verlies groot, dan zit de oorzaak in een te dunne leiding, een vervuild filter of een onderbemeten koppeling – niet in de compressor. Een dichtgeslibd filterelement kan in zijn eentje een halve bar kosten.

Manometer op een persluchtleiding om te meten hoeveel bar perslucht er werkelijk aankomt
Meet de druk waar de lucht de machine in gaat. Het verschil met de compressor is uw drukverlies – en dat is waar de winst zit.

De druk regelen op de werkplek

Niet elke machine hoeft dezelfde druk te krijgen. Met een drukregelaar in de luchtverzorgingsunit stelt u per werkplek in wat daar nodig is. Zo kunt u het net op een werkdruk houden en toch lokaal lager gaan waar dat kan – bijvoorbeeld bij blaastoepassingen, waar de helft van de druk vaak volstaat.

Hoe zo een unit is opgebouwd en waarom filter, regelaar en olievernevelaar in die volgorde staan, leest u in onze gids over de FRL-unit. De componenten zelf vindt u bij luchtverzorging.

Eerst lekken dichten, dan pas de druk verhogen

Als het antwoord op de vraag hoeveel bar perslucht u nodig hebt in de praktijk steeds hoger uitvalt, is dat vrijwel nooit omdat de machines meer vragen. Het is bijna altijd een installatie die lucht verliest. De druk verhogen maskeert dat probleem, maakt het duurder en versnelt de slijtage van uw componenten.

De volgorde die wel werkt: eerst meten hoeveel er weglekt en die lekken dichten, dan het drukverlies in leidingen en filters aanpakken, en pas daarna kijken of de systeemdruk nog omhoog moet. In de meeste gevallen kan hij dan juist omlaag.

IMTA Technics meet uw persluchtnet door met ultrasone apparatuur, brengt elk lek in kaart en rekent het verlies om naar euro per jaar. Lees meer over persluchtlekdetectie, of bekijk het pneumatiekassortiment voor drukregelaars, manometers en luchtverzorging.