Drukregelaar instellen: zo zet u de werkdruk correct

Een drukregelaar instellen doet u in zes stappen: maak het deel achter de regelaar drukloos, trek de instelknop omhoog tot hij loskomt, draai hem volledig linksom tot de uitgangsdruk wegvalt, zet de perslucht er weer op, draai daarna langzaam rechtsom terwijl u de manometer afleest tot de druk die uw zwaarste verbruiker vraagt — voor de meeste pneumatische componenten is dat 6 bar — en duw de knop weer omlaag om de instelling te vergrendelen. Laat de machine vervolgens een volledige cyclus draaien en lees de manometer opnieuw af. Pas op dat moment weet u of de ingestelde druk ook onder belasting blijft staan.

Een drukregelaar houdt de ingestelde werkdruk constant, ook wanneer de netdruk schommelt. In deze gids leest u de volledige werkvolgorde, hoe u het juiste regelbereik en de bijpassende manometer kiest, waarom u altijd van onderaf naar boven werkt, en wat het betekent wanneer de druk niet blijft staan.

Drukregelaar instellen in zes stappen

Houd bij het drukregelaar instellen deze volgorde aan. De volgorde is geen detail: wie de knop indraait terwijl er nog druk achter staat, leest een waarde af die niets zegt over de werkelijke werkdruk aan de machine.

Stap 1 – Maak het deel achter de regelaar drukloos. Sluit de afsluiter en laat de restdruk ontsnappen. Stelt u af op een leiding die nog onder druk staat, dan meet u de opgesloten lucht en niet de regeling.

Stap 2 – Ontgrendel de instelknop. Trek de knop omhoog tot u voelt dat hij loskomt; bij een uitvoering met borgring draait u die eerst los. Forceer nooit een knop die nog vergrendeld is, want dat beschadigt de veer en de spindel.

Stap 3 – Draai volledig terug naar nul. Draai de knop linksom tot de uitgangsdruk wegvalt. Zo begint u altijd op hetzelfde punt en telt u niet verder vanaf een oude, onbekende instelling.

Stap 4 – Zet de perslucht weer op de regelaar. Open de afsluiter en laat de ingangsdruk stabiliseren. Die ingangsdruk moet duidelijk hoger liggen dan de druk die u wilt instellen, anders haalt de regelaar zijn waarde nooit.

Stap 5 – Draai langzaam op naar de gewenste werkdruk. Draai rechtsom en lees ondertussen de manometer af. Nader de doelwaarde traag: op een kleine regelaar is de laatste halve slag al snel een halve bar.

Stap 6 – Vergrendel en controleer onder belasting. Duw de knop omlaag of zet de borgring vast, laat de machine een volledige cyclus draaien en lees opnieuw af. Zakt de druk tijdens de beweging weg, dan is niet de regelaar het probleem maar de toevoer ervoor.

Kies het regelbereik dat bij uw werkdruk past

Een regelaar werkt het nauwkeurigst wanneer uw werkdruk ergens in het midden van zijn bereik ligt, niet vlak onder de bovengrens. Bij de drukregelaars in onze webshop herkent u het bereik aan de cijfercode in de uitvoering: 02, 04, 08 of 012. De regelaars zijn er in twee bouwgroottes, SY1 en SY2, met aansluitingen van 1/8" tot 1" BSPP.

Code in de uitvoering Waarvoor u dit bereik kiest
02 Fijnregeling bij lage werkdruk, bijvoorbeeld grijpers of aandrukcilinders die met beperkte kracht moeten werken
04 Werkdrukken tot ongeveer 4 bar; combineer met de manometer 0-4 bar voor een goed leesbare schaal
08 De gangbare keuze voor een werkdruk rond 6 bar
012 Installaties die hoger blijven werken of waar de netdruk hoog ligt

Zit de regelaar bij u achter een filter, dan koopt u die twee vaak als een geheel. In de reeks filter-regelaars zitten uitvoeringen met en zonder olienevelaar; hoe filter, regelaar en olienevelaar zich tot elkaar verhouden en in welke volgorde ze horen, leest u in onze gids over de FRL-unit.

De manometer moet bij het regelbereik passen

Een regelaar zonder leesbare manometer stelt u niet in, die schat u. In de accessoires van de luchtverzorgingsreeks zitten twee uitvoeringen van 40 x 40 mm met 1/8" aansluiting: een schaal van 0-4 bar en een schaal van 0-12 bar. Kies de schaal waarop uw werkdruk ruwweg in het midden valt. Zet u 6 bar op een manometer van 0-12 bar, dan leest u dat comfortabel af; op een schaal die tot 4 bar loopt, kunt u die waarde helemaal niet bereiken.

Waarom u altijd van onderaf instelt

Een membraanregelaar werkt met een veer die tegen de uitgangsdruk in duwt. Draait u voorbij uw doelwaarde en komt u daarna terug, dan blijft die veer in de teruggedraaide stand vaak net iets anders staan dan wanneer u de waarde van onderaf benadert. Het gevolg is een instelling die op de manometer klopt, maar bij de eerstvolgende cyclus wegzakt. Bent u te ver doorgedraaid, draai dan volledig terug naar nul en begin opnieuw bij stap 3; dat kost tien seconden.

Stel bovendien niet hoger in dan de machine werkelijk vraagt. Elke extra bar kost energie aan de compressor en laat bestaande lekken harder lopen. Hoeveel druk uw installatie werkelijk nodig heeft, werken we uit in de gids over hoeveel bar perslucht u nodig hebt.

De ingestelde druk blijft niet staan

Zakt de druk weg zodra de machine begint te werken, dan wijst dat zelden op een verkeerd ingestelde knop. Meestal is de regelaar te klein gekozen voor het luchtverbruik, zit er een vervuild filterelement voor de regelaar, of gaat er onderweg druk verloren in de leiding. Een verstopt element herkent u aan een ingangsdruk die op de manometer goed staat terwijl de uitgang bij elke beweging inzakt.

Blijft de druk ook ’s nachts niet staan terwijl er niets draait, dan lekt het net. Dat is meetbaar: met persluchtlekdetectie sporen we lekken op zonder de productie stil te leggen.

Kort samengevat

Een drukregelaar instellen is vooral een kwestie van volgorde: drukloos maken, ontgrendelen, terug naar nul, opnieuw druk zetten, langzaam van onderaf opdraaien tot de gewenste waarde, vergrendelen en controleren onder belasting. Kies daarbij een regelbereik waarin uw werkdruk in het midden ligt en een manometer met een passende schaal. De volledige reeks vindt u bij luchtverzorging; het overige pneumatiekassortiment staat in onze webshop.