ISO 15552 en ISO 6432 zijn de twee internationale normen die de maten van pneumatische cilinders vastleggen. ISO 15552 geldt voor cilinders met een boring van 32 tot 320 mm, ISO 6432 voor kleine rondcilinders van 8 tot 25 mm. Beide normen gaan uit van maximaal 10 bar en zorgen ervoor dat een cilinder van het ene merk past op de bevestiging van een ander merk.
Waarom cilindernormen bestaan: uitwisselbaar tussen merken
Een machine draait vaak twintig jaar of langer, en de cilinders erin gaan niet allemaal even lang mee. Als elk merk zijn eigen maten zou hanteren, zou u bij elke vervanging ook de beugels, de stangkop en soms het machineframe moeten aanpassen. Daarom zijn de belangrijkste maten van een pneumatische cilinder internationaal genormeerd.
Een cilindernorm legt geen kwaliteit of levensduur vast, maar maten: de afstand tussen de bevestigingsgaten, de schroefdraad op de zuigerstang, de lengte van de cilinder bij een bepaalde slag en de maten van de toebehoren. Twee cilinders volgens dezelfde norm, met dezelfde boring en slag, passen dus in dezelfde inbouwruimte en op dezelfde bevestiging. Wat in de cilinder zelf zit, zoals de afdichtingen, de demping of de magneet op de zuiger, kiest de fabrikant zelf.
Voor het berekenen van de boring en de kracht verwijzen we naar de gids pneumatische cilinder kiezen. Deze gids gaat over de vraag die daarna komt: welke norm, welke maatreeks en welke bevestiging.
ISO 15552: de standaard ISO-cilinder
ISO 15552 beschrijft cilinders met afneembare bevestigingen, voor een maximale werkdruk van 1.000 kPa (10 bar), met boringen van 32 tot 320 mm. De norm legt de basismaten, de bevestigingsmaten en de maten van de toebehoren vast. De gangbare boringen in die reeks zijn 32, 40, 50, 63, 80, 100, 125, 160, 200, 250 en 320 mm.
In de werkplaats heet zo een cilinder meestal gewoon een ISO-cilinder of normcilinder. De meeste uitvoeringen hebben een aluminium profiel met groeven voor sensoren, of een cilinderbuis met trekstangen tussen de voor- en achterkop. Beide vormen kunnen aan de norm voldoen, zolang de vastgelegde maten kloppen.
Opvolger van ISO 6431 en VDMA 24562
ISO 15552 verscheen in 2004 en verving toen de oudere ISO 6431. De huidige uitgave dateert van 2018. De maatreeks gaat terug op de Duitse VDMA 24562, die eveneens is ingetrokken. Ziet u op een oude machine of een oud schema “ISO 6431” of “VDMA” staan, dan zoekt u vandaag een ISO 15552-cilinder met dezelfde boring en slag. Vergelijk de maten wel altijd met het productblad, want oudere uitvoeringen kunnen op details afwijken.
In de webshop vindt u de ISO 15552-cilinders van Metal Work. Op elk productblad staan de beschikbare boringen, slaglengtes en werkdrukken van die reeks.
ISO 6432: de rond- en minicilinder
ISO 6432 geldt voor cilinders met één zuigerstang, voor maximaal 1.000 kPa (10 bar), met boringen van 8 tot 25 mm. De gangbare boringen zijn 8, 10, 12, 16, 20 en 25 mm. Het zijn compacte rondcilinders met een ronde buis, vaak in roestvast staal, en een voorkop met schroefdraad waarmee u de cilinder met een moer in een plaat of beugel vastzet.
Rondcilinders zijn bedoeld voor lichte taken: kleine onderdelen positioneren, een klepje openen, een product tegenhouden of uitwerpen. Ze bestaan in enkelwerkende uitvoering met veerterugstelling en in dubbelwerkende uitvoering. Wilt u weten welke werking bij uw toepassing past, lees dan de gids over het verschil tussen enkelwerkende en dubbelwerkende cilinders. De rondcilinders volgens ISO 6432 staan in een aparte categorie van de webshop.
Vergelijkingstabel ISO 15552 tegenover ISO 6432
| Kenmerk | ISO 15552 | ISO 6432 |
|---|---|---|
| Boringen | 32 tot 320 mm | 8 tot 25 mm |
| Maximale werkdruk volgens de norm | 10 bar (1.000 kPa) | 10 bar (1.000 kPa) |
| Typische vorm | Profielcilinder of trekstangcilinder | Ronde cilinderbuis |
| Bevestiging | Afneembare bevestigingen op voor- en achterkop | Schroefdraad op de voorkop, scharnier aan de achterkop |
| Typische toepassing | Klemmen, duwen, heffen, grotere krachten | Lichte taken met weinig inbouwruimte |
| Vroegere aanduiding | ISO 6431, VDMA 24562 | Eerdere uitgave van ISO 6432 |
Hebt u een boring tussen 25 en 32 mm nodig, dan valt u tussen de twee normen. Kies dan de kleinste ISO 15552-boring als de kracht het vraagt, of de grootste rondcilinder als de inbouwruimte beperkt is.
Bevestigingen en toebehoren
Juist bij de bevestigingen loont de norm. Omdat de maten vastliggen, kunt u een bevestiging hergebruiken bij een nieuwe cilinder, of een cilinder van een ander merk op een bestaande beugel zetten. U onderscheidt twee kanten: de zuigerstang en het cilinderlichaam.
Aan de stang: stangkop en gaffel
De zuigerstang heeft een uitwendige schroefdraad, waarvan de maat per boring in de norm vastligt. Daarop schroeft u het verbindingsstuk naar de last:
- Stangkop (ook bolkop of kogelkop): een oog met een kogelscharnier. Hij vangt een kleine hoekafwijking op en is de gebruikelijke keuze bij een zwenkende beweging.
- Gaffel (ook vork): een U-vormig stuk met een pen. De last kan rond één as draaien.
- Zelfuitlijnende koppeling: vangt een kleine verschuiving tussen stang en last op, zodat de stang en de geleiding van de cilinder niet zijdelings belast worden.
- Moer op de stang: zet het verbindingsstuk vast zodat het niet losdraait.
Deze onderdelen vindt u onder stangkoppen en gaffels in de webshop. Controleer bij het bestellen de schroefdraad van uw zuigerstang op het productblad van de cilinder.
Aan het lichaam: voet, flens, achterscharnier
- Voetbevestiging: twee hoekbeugels waarmee u de cilinder plat op een vlak monteert, evenwijdig aan de beweging.
- Flens: een plaat op de voor- of achterkop, waarmee u de cilinder loodrecht tegen een wand of frame zet.
- Achterscharnier: een gaffel of oog aan de achterkop, zodat de cilinder rond één punt kan draaien.
- Middenscharnier (trunnion): twee tappen halverwege het lichaam, voor een zwenkende cilinder met een kortere inbouwlengte.
Welke bevestiging bij welke beweging?
| Beweging van de last | Bevestiging lichaam | Verbinding stang |
|---|---|---|
| Rechte lijn, last geleid | Voet of flens | Zelfuitlijnende koppeling of stangkop |
| Boog, bijvoorbeeld een klep of hefboom | Achterscharnier of middenscharnier | Gaffel of stangkop |
| Kleine taak met rondcilinder | Moer op de voorkop of achterscharnier | Gaffel of stangkop in de kleine maat |
De vuistregel: een vaste bevestiging hoort bij een rechte beweging, een scharnierende bevestiging bij een boogbeweging. Zet u een cilinder vast op een voet terwijl de last een boog beschrijft, dan drukt die last zijdelings op de zuigerstang. Dat slijt de stanggeleiding en de afdichting, en een lekkende cilinder is vaak het gevolg.
Een cilinder van een ander merk vervangen: waar u op let
Bij een normcilinder kunt u meestal zonder aanpassingen van merk wisselen. Loop toch deze punten na voor u bestelt:
- Norm: staat ISO 15552 of ISO 6432 op het typeplaatje of in de oude documentatie? Een cilinder buiten de norm heeft eigen maten.
- Boring en slag: lees ze af van het typeplaatje of meet ze. De slag is de afstand die de stang uitschuift, niet de lengte van de cilinder.
- Werking: enkelwerkend of dubbelwerkend, en eventueel een doorgaande zuigerstang.
- Aansluitmaat: controleer de schroefdraad van de luchtaansluitingen, zodat uw fittingen blijven passen. Hoe u een cilinder correct aansluit, leest u in de gids pneumatische cilinder aansluiten.
- Wat de norm niet regelt: een magnetische zuiger voor sensoren, de vorm van de sensorgroef, de instelbare demping en de toegelaten temperatuur. Gebruikte u sensoren op de oude cilinder, controleer dan of ze in het profiel van de nieuwe passen.
De norm garandeert dat de cilinder past. Of hij ook dezelfde snelheid, demping en levensduur haalt in uw toepassing, leest u op het productblad van de fabrikant.
ISO- en rondcilinders in de webshop
In de webshop vindt u de pneumatische cilinders van Metal Work, ingedeeld in ISO 15552-cilinders en rondcilinders volgens ISO 6432, met de bijbehorende bevestigingen en stangkoppen. De maten per boring staan op elk productblad; neem ze daar over in plaats van uit een tabel van een ander merk. Metal Work-onderdelen in de webshop van erkend Metal Work-verdeler IMTA vindt u zo samen met de toebehoren die u nodig hebt om de cilinder te monteren.
Veelgestelde vragen
Wat is een ISO 15552-cilinder?
Een ISO 15552-cilinder is een pneumatische cilinder waarvan de basismaten, de bevestigingsmaten en de maten van de toebehoren vastliggen in de norm ISO 15552. De norm dekt boringen van 32 tot 320 mm en een maximale werkdruk van 10 bar. Daardoor past een cilinder van het ene merk op de bevestiging en de stangkop van het andere, als boring en slag gelijk zijn.
Is ISO 15552 hetzelfde als de oude ISO 6431 en VDMA 24562?
ISO 15552 is de opvolger van ISO 6431, die bij de publicatie van ISO 15552 in 2004 is ingetrokken. De huidige uitgave dateert van 2018. De Duitse VDMA 24562 lag aan de basis van die maatreeks en is eveneens ingetrokken. In de praktijk worden cilinders die vroeger als ISO 6431 of VDMA werden aangeduid, vandaag als ISO 15552 verkocht. Controleer bij vervanging wel altijd de maten op het productblad.
Kan ik een ISO-cilinder van een ander merk vervangen door Metal Work?
Meestal wel, als beide cilinders volgens ISO 15552 gebouwd zijn en u dezelfde boring en slag kiest. De bevestigingsmaten, de stangschroefdraad en de inbouwlengte liggen dan vast, zodat voet, flens en stangkop blijven passen. Let wel op zaken die de norm niet regelt, zoals de sensorgroef, de demping en de magnetische zuiger, en vergelijk de aansluitmaat.
Welke bevestiging kies ik als de cilinder moet scharnieren?
Beweegt de last langs een boog, dan moet de cilinder kunnen meedraaien. Combineer dan een achterscharnier of een middenscharnier aan het lichaam met een gaffel of stangkop aan de zuigerstang. Een vaste bevestiging zoals een voet of flens is alleen geschikt als de last in een rechte lijn beweegt en geen zijdelingse kracht op de stang zet.
Wat is het verschil tussen ISO 15552 en ISO 6432?
ISO 15552 geldt voor cilinders met boringen van 32 tot 320 mm met afneembare bevestigingen, meestal in profielvorm. ISO 6432 geldt voor kleine rondcilinders met boringen van 8 tot 25 mm en één zuigerstang. Beide normen gaan uit van een maximale werkdruk van 10 bar en leggen de maten vast die nodig zijn voor uitwisselbaarheid.